Moestuin

Boerenkool kweken: zaaien, planten en oogsten na de vorst

Van zaaien in het voorjaar tot stamppot in januari: zo kweek je boerenkool zonder rupsen en met stevige planten die de winter doorstaan.

Rijen gekrulde boerenkoolplanten met rijp op het blad in een wintermoestuin

Boerenkool kweken is een kwestie van op tijd beginnen en de plant beschermen: je zaait in april of mei, plant in juni of juli uit op ongeveer 50–60 cm afstand en legt meteen insectengaas over het bed tegen koolwitjes en koolvlieg. Vanaf oktober oogst je blad, van onderen naar boven, tot ver in het voorjaar.

Boerenkool is een van de weinige groenten die de hele winter op het veld blijft staan. Een stevige plant op vaste grond heeft weinig last van vorst en wind.

In één oogopslag

Onderwerp Boerenkool (Brassica oleracea var. sabellica)
Zaaien binnen of onder glas April, in trays of potjes
Zaaien buiten (zaaibed) Eind april tot begin juni
Uitplanten Juni tot half juli, als de plantjes 10–15 cm zijn
Plantafstand (richtlijn) Ongeveer 50–60 cm in de rij en tussen de rijen
Standplaats Zon of lichte schaduw, stevige, vruchtbare grond die niet te zuur is
Oogst Oktober tot maart
Gewasgroep Koolgewassen (kruisbloemigen)
Goede buren Selderij, sla, biet, spinazie, ui

Wanneer je wat zaait in je moestuin, staat per maand in de zaaikalender.

Zaaien en opkweken

Je kunt boerenkool direct buiten zaaien, in een apart zaaibed, of in trays onder glas. Een zaaibed is handig: het hoofdbed is dan in het voorjaar nog vrij voor bijvoorbeeld vroege aardappelen, sla of knoflook.

  1. Zaai dun, ongeveer 1 cm diep, in rijtjes of trays. Koolzaad kiemt makkelijk, ook bij een graad of tien.
  2. Dun uit of verspeen als de plantjes hun eerste echte blad hebben, zodat ze niet te lang en slap worden.
  3. Bescherm de kiemplanten met vlies of fijn gaas. Aardvlooien schieten in een droog voorjaar kleine gaatjes in het blad, en duiven zijn dol op jonge kool.
  4. Plant uit als de plantjes 10–15 cm hoog zijn en vijf à zes bladeren hebben, meestal in juni of begin juli.

Tip: Boerenkool is een prima nateelt. Staat er tot eind juni knoflook, vroege aardappelen of tuinbonen, dan zet je de boerenkool daarna op dat bed. Zo haal je twee oogsten van één stuk grond.

Grond: stevig en niet te zuur

Koolgewassen houden van stevige grond. In losse, net omgespitte grond waaien hoge boerenkoolplanten in de herfst scheef en vormen ze slappere bladeren.

  • Spit niet vlak voor het planten. Maak alleen de bovenlaag los en werk compost door, en laat het bed een paar weken bezakken.
  • Plant diep en stevig: zet het plantje tot aan de onderste bladeren in de grond en druk het met je hand of de hak vast. Een goede test: trek aan een blad. Scheurt het blad, dan staat de plant vast genoeg.
  • Aanaarden: schuif in de nazomer wat grond tegen de stengel. Op een winderige plek zet je de plant bij een stok.
  • Zuurgraad: kool groeit het best op grond die niet te zuur is. Op zure zandgrond of veengrond geef je bij voorkeur in de herfst of winter ervoor wat kalk, zodat het kan inwerken. Zure, natte grond vergroot ook de kans op knolvoet, een bodemziekte die wortels laat opzwellen.
  • Bemesten: een flinke laag compost of verteerde mest bij het planten. Veel stikstof in de nazomer geeft juist zacht blad dat de winter slechter doorkomt.

Hoeveel planten passen in je bed, reken je uit met de plantafstand-rekenhulp. Voor een gezin is tien à vijftien planten meestal ruim genoeg voor een winter stamppot.

Koolwitjes, koolvlieg en andere plagen

Zonder bescherming is de kans groot dat je in augustus vooral stelen ziet. De beste maatregel is eenvoudig: leg vanaf het uitplanten insectengaas over het bed, over beugels, met de randen ingegraven of verzwaard.

Plaag Wat je ziet Aanpak
Groot koolwitje Gele eitjes in groepjes onder het blad, later groepen geel-zwarte rupsen Insectengaas; eitjes en rupsen wegvegen of plukken
Klein koolwitje Losse, groene rupsjes die zich in het hart verstoppen Insectengaas; hart regelmatig controleren
Koolvlieg Jonge planten verwelken; maden aan de wortels Fijnmazig gaas direct na het uitplanten; koolkraag (een schijfje karton of vilt rond de stengel)
Melige koolluis Grijze, wasachtige kolonies, blad krult Aangetaste bladeren weghalen, wegspuiten met water, natuurlijke vijanden
Aardvlooien Kleine ronde gaatjes in jong blad Grond vochtig houden, vlies over jonge planten

Kies gaas met kleine mazen: tegen koolvlieg en aardvlooien heb je fijner gaas nodig dan tegen vlinders. Laat het gaas liggen tot de vluchten van de koolwitjes voorbij zijn, meestal tot ergens in september of oktober. Over luizen lees je meer in luizen bestrijden. Chemische middelen zijn niet nodig en raden we af: ze raken ook sluipwespen en vogels die rupsen opruimen.

Oogsten: van onder naar boven

Je kunt vanaf oktober oogsten. Pluk steeds de onderste, grote bladeren eerst en laat het hart en de jonge bladeren bovenin staan. De plant groeit dan door en geeft de hele winter nieuw blad.

  • Breek bladeren met een rukje naar beneden af, of knip ze dicht bij de stengel.
  • Gele of slappe onderste bladeren haal je weg en gooi je op de composthoop.
  • Pluk niet als het blad bevroren is: dan breekt het en wordt het papperig. Wacht tot het op een zachtere middag ontdooid is.
  • In maart gaat de plant schieten. De jonge bloemknoppen zijn lekker, kort gekookt of geroerbakt. Daarna is het seizoen voorbij.

Vorst en smaak

Het oude advies is boerenkool pas te oogsten “na de eerste vorst”. Daar zit iets in, maar het is genuanceerder dan het lijkt. Bij een periode met koude nachten zet de plant een deel van zijn zetmeel om in suikers, waardoor het blad zachter en zoeter kan smaken. Het gaat dus om een periode van kou, niet om die ene nacht vorst.

Wacht daarom niet krampachtig: jong blad uit oktober is ook prima, alleen wat steviger van smaak. In een zachte winter oogst je gewoon door. Boerenkool overleeft meestal flinke vorst, maar zware vorst met harde, droge wind kan het blad beschadigen. Op een open, winderige plek helpt een vlies tijdens een strenge koudeperiode.

Na de winter haal je de planten met wortel en al weg. Kijk bij het uitgraven naar de wortels: zijn ze opgezwollen en misvormd, dan is er knolvoet. Zet dan jarenlang geen kool op die plek. Dat is een van de redenen om wisselteelt aan te houden.

Veelgestelde vragen

Wanneer moet je boerenkool zaaien?

Meestal tussen april en begin juni, onder glas of in een zaaibed buiten. Zo kun je in juni of begin juli uitplanten en heb je in de herfst stevige planten. Later zaaien geeft kleinere planten.

Moet boerenkool echt eerst vorst hebben gehad?

Nee. Een koude periode kan het blad zoeter maken, maar je kunt ook eerder oogsten. Het blad is dan iets steviger van smaak. Bevroren blad pluk je liever niet, wacht tot het ontdooid is.

Hoe houd je rupsen uit boerenkool?

Leg vanaf het uitplanten insectengaas over het bed en zorg dat de randen goed dicht zijn. Controleer de onderkant van het blad op gele eitjes en verwijder die. Zo heb je vrijwel geen rupsen.

Hoeveel boerenkoolplanten heb je nodig?

Voor een gezin is tien à vijftien planten meestal genoeg om de hele winter regelmatig stamppot te eten. Elke plant geeft maandenlang nieuw blad als je van onder naar boven oogst.

Redactie TuinHappy

De redactie van TuinHappy schrijft praktische, eerlijke tuintips voor Nederlandse tuinen en balkons. Tijdstippen geven we met marge, getallen als richtlijn, en we raden bestrijding zonder gif aan. Zie je een fout? Laat het ons weten via de contactpagina.