Een sproeisysteem of beregeningsinstallatie neemt je het water geven uit handen en zorgt dat je planten precies krijgen wat ze nodig hebben. Voor borders, hagen en de moestuin is een druppelslang of druppelsysteem het zuinigst: het water komt direct bij de wortels. Voor het gazon gebruik je sproeiers, los op een slang of ingegraven als pop-up sproeiers. Met een timer op de kraan wordt het automatisch, en met een regenton of eigen waterput bespaar je kraanwater.
Welke soorten beregening zijn er?
| Systeem | Voordelen | Nadelen | Geschikt voor |
|---|---|---|---|
| Losse sproeier op de tuinslang | Goedkoop, flexibel | Veel verdamping, je moet hem verplaatsen | Kleine gazons |
| Druppelslang (zweetslang) | Zuinig, water direct bij de wortels, blad blijft droog | Minder geschikt voor gazon, kan verstoppen bij kalkrijk water | Borders, hagen, moestuin |
| Druppelsysteem met druppelaars | Elke plant of pot krijgt een eigen hoeveelheid | Meer onderdelen, meer aanleg | Potten, balkonbakken, kassen |
| Ingegraven pop-up sproeiers | Onzichtbaar, gelijkmatig, automatisch | Duurder, aanleg vraagt planning | Middelgrote en grote gazons |
| Microsproeiers | Fijne nevel over een klein oppervlak | Gevoelig voor wind | Plantvakken, kweekbakken |
Waar begin je?
- Kijk wat water nodig heeft. Gevestigde bomen en heesters redden zich meestal zelf. Jonge aanplant, de moestuin, potten en het gazon in droge periodes zijn de dorstigste plekken.
- Maak een plattegrond met de kraan, de vakken en hoe de slangen kunnen lopen.
- Verdeel in zones. Gazon en borders hebben verschillende behoeften; geef ze elk een eigen leiding of tijd.
- Controleer de waterdruk. Veel sproeiers op één kraan tegelijk geeft te weinig druk. Werk dan met zones na elkaar.
- Kies je waterbron: kraanwater, een regenton met een pompje, of grondwater uit een eigen waterput.
Automatisch met een timer
Een beregeningscomputer of kraantimer zet het water op vaste tijden aan en uit. Simpele modellen draai je op de buitenkraan; uitgebreidere varianten hebben meerdere zones, een regensensor of een koppeling met je telefoon. Een regensensor voorkomt dat je sproeit terwijl het al regent. Zo voorkom je ook dat je vergeet de kraan dicht te draaien, en dat scheelt water.
Zuinig water geven
- Vroeg in de ochtend: minder verdamping, en het blad droogt snel op, wat schimmels tegengaat.
- Minder vaak, maar flink: dan groeien wortels dieper en kunnen planten beter tegen droogte. Dagelijks een beetje sproeien kweekt luie, ondiepe wortels.
- Bodembedekking: een laag boomschors of compost houdt vocht vast.
- Schoffelen: een losse bovenlaag verdampt minder. Zie schoffelen.
- Gazon: een gazon dat in de zomer geel wordt, is meestal niet dood. Na regen kleurt het vaak weer groen. Lees meer over water geven in de zomer.
Hoeveel water?
Een gazon heeft in een droge periode ongeveer 10 tot 15 millimeter per keer nodig, één à twee keer per week. Zet een paar lege jampotjes of een regenmeter in het bereik van de sproeier en kijk hoe lang het duurt tot er die hoeveelheid in staat. Dan weet je hoe lang je sproeier moet aanstaan.
Onderhoud
- Spoel druppelslangen en filters aan het begin van het seizoen door.
- Controleer sproeikoppen op verstopping en of ze nog de goede kant op spuiten.
- Laat het systeem voor de vorst leeglopen en haal kraantimers en slangen naar binnen. Dat hoort bij het winterklaar maken van je tuin.
Let op: in droge zomers kunnen gemeenten of waterbedrijven vragen om zuinig met drinkwater om te gaan. Een regenton of waterput is dan een goede aanvulling.

