Met een eigen waterput pomp je grondwater op om je tuin water te geven. In de basis is een tuinwaterput niets meer dan een pijp met een filter aan het eind, een puntstuk, die je tot in het grondwater in de grond slaat of boort. Daarop sluit je een pomp aan. In grote delen van Nederland zit het grondwater ondiep genoeg om dat zelf te doen. Je bespaart er drinkwater mee, maar het water is niet bedoeld om te drinken, en het is verstandig vooraf de regels bij je gemeente en waterschap na te gaan.
Hoe werkt een tuinwaterput?
Onder je tuin zit grondwater, op een diepte die per plek en per seizoen verschilt. Een waterput bestaat uit:
- Een puntstuk of filterpunt: een buisje met gaatjes en een filtergaas, zodat water erin kan maar zand zo veel mogelijk niet.
- Buizen: stalen of kunststof buizen die je aan elkaar zet tot de filterpunt in het grondwater zit.
- Een pomp: een zuigpomp (handpomp of elektrische tuinpomp) die het water omhoog haalt.
Een gewone zuigpomp kan in de praktijk water halen tot ongeveer 7 à 8 meter onder het maaiveld. Zit het grondwater dieper, dan heb je een dompelpomp in een bredere geboorde put nodig. Dat is meestal werk voor een specialist.
Hoe diep moet je?
Dat hangt af van waar je woont. In laaggelegen delen van Nederland zit het grondwater vaak op minder dan een paar meter diepte; op de zandgronden in het oosten en zuiden kan het veel dieper zitten. De grondwaterstand is in de zomer lager dan in de winter. Sla de filterpunt daarom een stuk dieper dan de waterstand die je in het voorjaar meet, anders valt de put in een droge zomer droog. Buren met een waterput of een plaatselijke putboorder weten vaak hoe diep het water bij jou in de buurt zit.
Zelf slaan of laten boren?
Zelf slaan kan in zand of zandige grond. Je slaat de buis met filterpunt met een zware hamer of een slagblok de grond in, buis voor buis. Spoel de put daarna goed door tot het water helder is. In klei, veen met boomstronken of grind gaat slaan moeilijk; dan wordt er gespoeld of geboord. Een putboorder kan ook een put met een bredere buis maken, zodat er meer water uit komt.
Let op leidingen en kabels
Sla of boor nooit zomaar de grond in zonder te weten waar kabels en leidingen liggen. Laat je een put machinaal boren, dan is vooraf een graafmelding bij het Kadaster (KLIC-melding) verplicht. Ook als je zelf met de hand werkt, is het verstandig te weten waar de aansluitingen voor water, gas en stroom je tuin in komen.
Welke pomp heb je nodig?
| Pomp | Voordelen | Nadelen |
|---|---|---|
| Handpomp (zwengelpomp) | Geen stroom nodig, sfeervol | Veel werk bij grote hoeveelheden |
| Elektrische zuigpomp | Genoeg druk voor een slang of sproeisysteem | Stroom nodig, moet vorstvrij staan |
| Hydrofoorpomp | Houdt de druk op peil, start automatisch | Duurder |
| Dompelpomp | Voor diepere putten | Bredere put nodig |
Mag een eigen waterput?
Voor een kleine waterput voor de tuin hoef je vaak geen vergunning aan te vragen, maar de regels verschillen per provincie, waterschap en gemeente. Soms moet je een put melden, geldt er een maximale diepte of een maximale hoeveelheid water per uur, of is het in een waterwingebied of op vervuilde grond niet toegestaan. Bij langdurige droogte kan een waterschap het onttrekken van grondwater tijdelijk verbieden. Kijk daarom op de website van je waterschap en gemeente voordat je begint.
Grondwater gebruiken
- Niet drinken: grondwater wordt niet gecontroleerd en kan bacteriën, ijzer of verontreiniging bevatten.
- IJzer: in veel gebieden bevat grondwater ijzer, dat roestbruine vlekken geeft op tegels en muren. Sproei dan niet op het terras of tegen de gevel.
- Koud water: grondwater is koud. Voor het gazon en de border is dat geen probleem; jonge zaailingen geef je liever water uit een regenton.
- Zuinig blijven: ook grondwater is niet onbeperkt. Geef ’s ochtends water, liever minder vaak en flink. Zie planten water geven in de zomer.
Combineer een waterput met regenwater opvangen en een tuin die water vasthoudt, zoals een regentuin, dan heb je ook in droge zomers genoeg water voor je planten.

