Een regentuin aanleggen betekent: een ondiepe, beplante laagte graven waar het regenwater van je dak naartoe stroomt en binnen een à twee dagen in de grond zakt. Doe vooraf een infiltratietest, houd ruim afstand tot je huis en kies planten die zowel een paar dagen nat als weken droog aankunnen.
Een wadi is hetzelfde principe op grotere schaal, zoals je ze in nieuwbouwwijken ziet. In een gewone tuin heb je genoeg aan een laagte van een paar vierkante meter.
Wat doet een regentuin precies?
Bij een flinke bui stroomt het water van je dak normaal via de regenpijp het riool in. Bij een hoosbui kan het riool dat niet altijd aan en loopt de straat onder. Een regentuin houdt dat water vast op je eigen grond. Het zakt langzaam weg, vult het grondwater aan en de planten profiteren mee.
Het verschil met een vijver: een regentuin staat het grootste deel van het jaar droog. Alleen na regen staat er tijdelijk water in. Een regenton is een prima aanvulling: die vangt het eerste water op voor de gieter, de overloop gaat naar de regentuin.
Is je tuin geschikt? De infiltratietest
Hoe snel water wegzakt, hangt af van je grond en het grondwater. Zandgrond laat water snel door, zware klei en veen veel langzamer. Test het voordat je gaat graven.
- Graaf een gat van ongeveer 30 cm breed en 30 cm diep op de plek waar je de regentuin wilt.
- Vul het met water en laat het helemaal wegzakken. Zo wordt de grond eromheen verzadigd.
- Vul het opnieuw tot de rand en zet een stok of meetlat in het gat.
- Meet na een uur hoeveel centimeter het water gezakt is. Kijk ook na een paar uur nog eens.
| Resultaat (richtlijn) | Betekenis | Wat doe je? |
|---|---|---|
| Meer dan ongeveer 2 cm per uur | Goede doorlatendheid, vaak zandgrond | Prima voor een regentuin; kan relatief klein |
| Ongeveer 1–2 cm per uur | Redelijk | Ondiepere laagte, wat groter oppervlak |
| Minder dan ongeveer 1 cm per uur | Trage grond, vaak klei of verdicht | Breed en ondiep, grond verbeteren, goede overloop |
| Gat loopt vanzelf vol met water | Hoog grondwater | Geen regentuin op deze plek; kijk bij een te natte tuin |
Doe de test liefst in de herfst of winter, als het grondwater hoog staat. Staat het water bij jou dan structureel dicht onder het maaiveld, dan helpt een regentuin weinig. Lees in dat geval wat te doen bij een te natte tuin.
Plek, grootte en diepte
- Afstand tot het huis: minimaal ongeveer 3 meter van de gevel, en meer als je een kelder of kruipruimte met vochtproblemen hebt. Ook niet pal tegen de erfgrens van de buren.
- Laagste punt: kies een plek die al iets lager ligt, of waar het water vanzelf heen loopt. Het moet wel van het huis af stromen.
- Diepte: ongeveer 15 tot 30 cm onder het maaiveld is voor een tuin genoeg. Dieper betekent meer water in één keer, maar ook langer nat.
- Grootte: als grove richtlijn ongeveer 10 tot 20 procent van het dakoppervlak dat erop afwatert. Op zandgrond kan het kleiner, op klei moet het groter. Hoeveel water er van je dak komt, reken je uit met de regenton-rekenhulp.
- Taluds: flauwe randen, ongeveer 1 op 3, zodat ze niet afkalven en je er makkelijk kunt maaien of wieden.
- Niet onder bomen met veel wortels en niet boven kabels, leidingen of de septic tank.
Stappenplan: regentuin aanleggen
- Infiltratietest en plek kiezen zoals hierboven. Zet de contour uit met touw of een tuinslang.
- Graaf de laagte uit in een schotelvorm, met de diepste plek in het midden. Leg de grond apart; je gebruikt een deel voor een lage rand aan de lage kant.
- Verdicht de bodem niet. Werk vanaf de rand, niet met zware machines, en loop zo min mogelijk in de kuil. Steek de bodem los met een spitvork.
- Verbeter de bovenlaag op klei met compost en wat grof zand, op zand met compost. Geen potgrond met veel meststoffen.
- Maak de aanvoer: een open goot van stenen of een gootje, of een dichte buis onder de grond die bovengronds uitmondt. Leg op het instroompunt een paar grote stenen, zodat het water de grond niet wegspoelt.
- Maak een overloop aan de lage kant: een verlaagd stukje rand richting gazon of een aansluiting op het riool. Bij een extreme bui moet het water ergens heen kunnen, maar nooit richting huis of buren.
- Beplant de laagte volgens de zones hieronder en mulch kale grond met houtsnippers of grind.
- Controleer na de eerste flinke buien of het water binnen ongeveer 24 tot 48 uur weg is.
Tip: Bang voor muggen? Muggenlarven hebben ongeveer een week stilstaand water nodig om zich te ontwikkelen. Zakt het water binnen een à twee dagen weg, dan is een regentuin geen kweekplaats.
Planten voor nat én droog
De planten in een regentuin krijgen het zwaar: een paar dagen met de voeten in het water, daarna soms wekenlang droog. Verdeel de laagte daarom in zones.
| Zone | Omstandigheden | Planten (voorbeelden) |
|---|---|---|
| Bodem (midden) | Na regen het langst nat, soms dagen | Grote kattenstaart (Lythrum salicaria), moerasspirea (Filipendula ulmaria), gele lis (Iris pseudacorus), zeggesoorten (Carex), moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides) |
| Talud | Kort nat, verder normaal tot droog | Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum), echte valeriaan (Valeriana officinalis), Siberische lis (Iris sibirica), daglelie (Hemerocallis), ooievaarsbek |
| Rand | Zelden nat, kan droog worden | Wilde marjolein, vrouwenmantel, kattenkruid, siergrassen |
| Struiken eromheen | Wisselend vochtig | Gelderse roos (Viburnum opulus), rode kornoelje (Cornus sanguinea) |
Let op met gele lis en watermunt in een kleine tuin: die breiden flink uit. Plant ze met mate of in een grote mand. Meer inheemse soorten per standplaats vind je bij inheemse planten.
Afkoppelen: eerst de gemeente
Afkoppelen betekent dat je de regenpijp loskoppelt van het riool en het water op eigen terrein verwerkt. Veel gemeenten moedigen dat aan, soms met hulp of een regeling. Er kunnen ook voorwaarden gelden, bijvoorbeeld over hoe je de oude rioolaansluiting afsluit of waar het overtollige water heen mag. Vraag daarom bij je gemeente na wat er bij jou geldt voordat je de regenpijp afzaagt. Huur je, dan heb je toestemming van de verhuurder nodig.
Sluit de oude aansluiting goed af met een passende dop of eindkap, zodat er geen rioollucht of ongedierte uit kan komen. Wie verder wil, vindt meer ideeën in tuin vergroenen.
Onderhoud
- Haal in de herfst blad en zwerfvuil uit de instroom, anders slibt die dicht.
- Knip vaste planten pas in het voorjaar terug; de stengels houden de grond open en bieden insecten een winterplek.
- Zakt het water na een paar jaar trager weg, steek de bodem dan voorzichtig los en voeg compost toe.
- Bemest niet: meststoffen spoelen met het water mee de grond in.
Veelgestelde vragen
Wat is het verschil tussen een regentuin en een wadi?
Het principe is hetzelfde: een laagte waarin regenwater tijdelijk wordt vastgehouden en wegzakt. Een wadi is meestal groter, aangelegd in de openbare ruimte en heeft vaak een drainagebuis in de bodem. Een regentuin is de beplante tuinversie voor je eigen erf.
Kan een regentuin op kleigrond?
Dat kan, maar maak hem dan breder en ondieper, verbeter de bovenlaag met compost en zorg voor een goede overloop. Doe eerst een infiltratietest. Zakt het water vrijwel niet weg, dan kun je beter water bufferen in regentonnen en een deel van de tuin onverhard laten.
Hoe lang mag er water in een regentuin staan?
Als richtlijn zou het water binnen ongeveer 24 tot 48 uur weg moeten zijn. Staat het er langer, dan verdragen veel planten dat slecht en krijg je kans op muggen. Maak de laagte dan ondieper of groter, of verbeter de bodem.
Moet ik mijn regenpijp afkoppelen voor een regentuin?
Om het water naar de regentuin te krijgen, haal je de regenpijp meestal los van het riool of laat je een regenton overlopen naar de regentuin. Vraag bij je gemeente na wat de regels en eventuele regelingen zijn, en sluit de oude aansluiting goed af.


