Een vlindertuin maak je met twee soorten planten: nectarplanten waar vlinders drinken, en waardplanten waar ze hun eitjes op leggen en waar de rupsen van eten. Plant op een zonnige, beschutte plek nectar die van het vroege voorjaar tot in oktober bloeit, en geef rupsen een plek met bijvoorbeeld brandnetels, rolklaver of een sporkehout.
De meeste tuinen hebben alleen het eerste deel. Dan komen er wel vlinders langs, maar blijven ze niet. Met een paar waardplanten erbij wordt je tuin een plek waar ze echt opgroeien.
Nectarplant of waardplant: wat is het verschil?
Een volwassen vlinder leeft van nectar en is daarin niet erg kieskeurig. Een rups is dat wel. Veel soorten eten maar van één plant of een kleine groep planten. Een vrouwtje zoekt precies die plant op om haar eitjes te leggen. Staat die er niet, dan vliegt ze door.
- Nectarplanten: bloemen met bereikbare nectar, liefst met platte bloemhoofdjes of trosjes kleine buisbloemen. Denk aan wilde marjolein, beemdkroon, koninginnekruid en hemelsleutel.
- Waardplanten: planten waar rupsen van eten. Vaak zijn dat inheemse wilde planten en grassen die we in de tuin juist als onkruid weghalen.
Rupsen eten gaten in het blad. Dat hoort erbij. Een vlindertuin ziet er daarom op sommige plekken wat rommeliger uit dan een strakke border, en dat is precies de bedoeling.
Waardplanten voor bekende tuinvlinders
| Vlinder | Waardplant voor de rups | Opmerking |
|---|---|---|
| Dagpauwoog, kleine vos, atalanta | Grote brandnetel (Urtica dioica) | Jonge brandnetels in de zon hebben de voorkeur |
| Gehakkelde aurelia | Brandnetel, hop | Ook in wat beschuttere hoeken |
| Citroenvlinder | Sporkehout (Frangula alnus), wegedoorn (Rhamnus cathartica) | Een struik volstaat; past in een gemengde haag |
| Oranjetipje | Pinksterbloem (Cardamine pratensis), look-zonder-look (Alliaria petiolata) | Laat de zaaddozen staan, daar zitten de rupsen op |
| Icarusblauwtje | Rolklaver (Lotus corniculatus) | Groeit goed in een schraal, zonnig stuk gras |
| Boomblauwtje | Klimop, hulst | Klimop tegen een schutting is al genoeg |
| Bruin zandoogje, oranje zandoogje | Diverse grassen | Een strook gras die je pas laat in het seizoen maait |
| Klein koolwitje | Koolachtigen, Oost-Indische kers | Komt vanzelf als je kool kweekt |
Je hoeft niet alles te planten. Kies twee of drie waardplanten die passen bij je grond en ruimte. Meer inheemse soorten per standplaats vind je bij inheemse planten voor de tuin.
Een brandnetelhoek aanleggen
De brandnetel is de belangrijkste waardplant in een gewone Nederlandse tuin. Dagpauwoog, kleine vos en atalanta zijn er alle drie van afhankelijk. Een paar verdwaalde netels in de schaduw helpen weinig; de vrouwtjes zoeken een groepje in de zon.
- Kies een zonnige hoek van minimaal ongeveer een halve tot een hele vierkante meter, bijvoorbeeld achter de composthoop of langs de schutting.
- Begrens de plek. Brandnetels breiden uit met wortelstokken. Graaf een strook oude vijverfolie of een stuk wortelscherm ongeveer 20–30 cm diep in, of zet ze in een grote kuip zonder bodem.
- Laat ze staan of plant er een paar uit een andere hoek van de tuin. Ze slaan makkelijk aan op voedzame, vochtige grond.
- Maai in juni de helft af. Kijk eerst of er rupsennesten (zwarte rupsen in een spinsel) in zitten en laat die stukken staan. De afgemaaide helft loopt opnieuw uit met jonge toppen, waar de tweede generatie van de kleine vos graag op legt.
- Laat de rest in de herfst staan tot het voorjaar.
Tip: Brandnetel geeft een prima gierextract voor de moestuin en maakt je compost rijker. Haal je netels weg, doe dat dan pas in de nazomer en laat het afval een dag naast de hoop liggen, zodat rupsen kunnen wegkruipen.
Nectarplanten per bloeimaand
Vlinders vliegen van de eerste warme dag in maart tot ver in oktober. Dagpauwoog, kleine vos en citroenvlinder overwinteren als vlinder en hebben in het vroege voorjaar meteen nectar nodig. In de herfst tanken ze bij voor de winter. Zorg dus dat er in elke periode iets bloeit.
| Bloeiperiode | Nectarplant | Standplaats |
|---|---|---|
| Maart–april | Wilgenkatjes (boswilg), krokus, sleedoorn | Zon |
| April–mei | Pinksterbloem, judaspenning (Lunaria annua), kruipend zenegroen | Zon tot halfschaduw |
| Juni | Kattenkruid (Nepeta), lavendel, beemdkroon (Knautia arvensis) | Zon |
| Juli–augustus | Wilde marjolein (Origanum vulgare), koninginnekruid (Eupatorium cannabinum), grote kattenstaart, vlinderstruik | Zon, koninginnekruid ook vochtig |
| Augustus–september | Hemelsleutel (Hylotelephium spectabile), zonnehoed, ijzerhard (Verbena bonariensis) | Zon |
| September–oktober | Herfstaster, klimop (bloei), valfruit | Zon tot halfschaduw |
Plant nectarplanten in groepjes van minimaal drie tot vijf van dezelfde soort. Een vlinder ziet een vlek kleur beter dan losse plantjes. Kies bij twijfel voor enkelbloemige vormen: bij gevulde bloemen is de nectar vaak slecht of niet bereikbaar. Hoe je zo’n border opbouwt, lees je in border aanleggen.
De vlinderstruik: eerlijk verhaal
De vlinderstruik (Buddleja davidii) trekt in juli en augustus veel vlinders. Als nectarbron werkt hij goed. Maar het is geen waardplant: geen enkele van onze bekende tuinvlinders legt er eitjes op. Een tuin met alleen een vlinderstruik is voor vlinders een tankstation zonder kraamkamer.
Daarnaast zaait de soort zich makkelijk uit, langs het spoor, op braakliggend terrein en in muren. Wil je er een, knip dan de uitgebloeide pluimen af voordat ze zaad zetten. Dat verlengt ook de bloei. Hoe en wanneer je de struik terugzet, lees je bij vlinderstruik snoeien. Heb je weinig ruimte, dan doen wilde marjolein of koninginnekruid hetzelfde werk op een vierkante meter.
Plek, beschutting en water
Vlinders zijn koudbloedig. Onder ongeveer 13 tot 15 graden vliegen de meeste nauwelijks, tenzij de zon schijnt. Ze zoeken plekken waar het windstil en warm is.
- Zon: zet nectarplanten op het zonnigste deel van de tuin, liefst zon vanaf de ochtend.
- Beschutting: een haag, schutting met klimop of struiken aan de windkant maakt veel verschil.
- Opwarmplekken: een steen, een stuk muur of een kaal plekje grond waar vlinders met open vleugels in de zon zitten.
- Vocht: een ondiepe schaal met nat zand of een modderig plekje bij de regenton wordt gebruikt om mineralen op te nemen.
Wat je laat: gif, opruimen en de winter
Een vlindertuin win je evengoed met wat je niet doet.
- Geen bestrijdingsmiddelen. Een middel tegen luis of rups maakt geen onderscheid. Ook plantjes uit het tuincentrum kunnen eerder behandeld zijn. Vraag bij aankoop naar biologisch gekweekte planten of kies een kweker die zonder chemische middelen werkt.
- Stengels laten staan. Holle stengels, zaadhoofden en bladeren bieden in de winter schuilplek aan eitjes, poppen en rupsen. Knip pas in het voorjaar terug.
- Klimop en dicht groen houden. De citroenvlinder overwintert als vlinder tussen groenblijvend blad. Dagpauwogen kruipen weg in schuurtjes, holtes en takkenhopen.
- Niet alles kort maaien. Laat een strook gras lang staan voor de zandoogjes. Dat combineert goed met een egelvriendelijke tuin.
Zie je in de zomer een dagpauwoog in de schuur zitten? Laat hem met rust. Veel vlinders zoeken in augustus al hun winterplek op.
Stappenplan: zo begin je
- Bekijk je tuin op zon en wind. Markeer het zonnigste, meest beschutte stuk.
- Kies vijf tot acht nectarplanten zodat er van maart tot oktober iets bloeit (zie de tabel).
- Voeg twee of drie waardplanten toe: een brandnetelhoek, een sporkehout in de haag, rolklaver in het gras.
- Plant in het voor- of najaar, in groepjes, op voorbereide grond.
- Stop met spuiten en ruim in de herfst niet alles op.
- Kijk in het eerste seizoen wat er komt en vul aan waar de bloei een gat laat.
Veelgestelde vragen
Hoe groot moet een vlindertuin zijn?
Een balkon of geveltuintje met een paar goede nectarplanten trekt al vlinders. Voor waardplanten heb je wat meer ruimte nodig, maar een vierkante meter brandnetels in een hoek is genoeg. Belangrijker dan oppervlakte zijn zon, beschutting en een lange bloeiperiode.
Waarom zie ik minder vlinders dan vroeger?
Vlinders hebben het in heel Nederland moeilijk door minder bloemrijke bermen, grasland en waardplanten. Ook het weer verschilt sterk per jaar: na een natte, koele zomer zie je er minder. Je eigen tuin lost dat niet op, maar elke tuin met nectar en waardplanten helpt mee.
Moet ik rupsen op mijn planten weghalen?
Op brandnetels, rolklaver en andere wilde planten laat je ze gewoon zitten. Op koolplanten kun je rupsen van het koolwitje met de hand verplaatsen of een insectengaas gebruiken. Gif is in een vlindertuin geen optie.
Is lavendel goed voor vlinders?
Ja, lavendel is een goede nectarplant en wordt door koolwitjes, zandoogjes en dikkopjes bezocht. Het is net als de vlinderstruik geen waardplant. Combineer lavendel daarom met een paar inheemse planten waar rupsen van kunnen eten.

