Een geveltuin leg je aan door een rij stoeptegels tegen je gevel weg te halen, het zand eronder te vervangen door goede tuinaarde en er taaie vaste planten of een klimplant in te zetten. Vraag vooraf na wat je gemeente toestaat, want de stoep is meestal van de gemeente.
Zo’n strookje van een tegel breed lijkt weinig, maar het verandert een stenen straat. Regenwater zakt weg, de gevel warmt minder op en bijen en vlinders hebben een tussenstop.
Eerst: wat mag van je gemeente?
Veel gemeenten staan geveltuinen toe en moedigen ze zelfs aan, maar de regels verschillen per plaats. Check dit altijd voordat je de schep pakt, op de website van je gemeente of via het klantcontact.
Punten die vaak in die regels staan:
- Maximale breedte: vaak een of twee tegels, maar het verschilt per gemeente.
- Vrije doorgang: er moet genoeg ruimte op de stoep overblijven voor rolstoelen, kinderwagens en rollators.
- Geen doorns of stekels die over de stoep hangen, en planten mogen niet over de stoeprand groeien.
- Onderhoud is jouw verantwoordelijkheid. Bij werkzaamheden aan kabels of riool kan de gemeente de tuin tijdelijk weghalen.
- Soms een melding of aanvraag vooraf. Sommige gemeenten halen zelfs gratis de tegels voor je weg.
Huur je? Vraag dan ook je verhuurder om toestemming als je iets aan de gevel wilt bevestigen. En overleg even met de buren als de strook doorloopt langs hun pui.
Stappenplan: een geveltuin aanleggen
Je hebt nodig: een stevige schep, een tegelwipper of breekijzer, een emmer of kruiwagen, tuinaarde en compost, en eventueel een paar opsluitbanden.
- Bekijk de gevel. Waar zit het trasraam (de onderste, vaak hardere steenlagen), waar zitten ventilatieroosters van de kruipruimte, regenpijpen en de meterkastkabel? Die moeten vrij blijven.
- Wip de tegels eruit en zet ze opzij. Vaak kun je ze inleveren bij de gemeente of een tegelwipactie.
- Schep het zand uit tot ongeveer 30 tot 40 cm diep. Graaf voorzichtig: in de stoep liggen kabels en leidingen, al zitten die meestal dieper of verder van de gevel. Stuit je op een kabel of een waarschuwingslint, stop dan.
- Vul aan met tuinaarde gemengd met compost. Op kleigrond kun je wat zand door de bovenlaag werken, op zand juist extra compost.
- Houd de grond laag. De bovenkant komt gelijk met of net onder de stoep, en altijd ruim onder het trasraam en de ventilatieroosters. Grond tegen het metselwerk erboven trekt vocht de muur in.
- Zet een randje als de stoepkant los wil komen: een opsluitband of een rij gekantelde klinkers.
- Plant ongeveer 10 tot 20 cm uit de gevel, zodat de wortels niet in de droogste strook staan.
- Geef water en mulch met wat compost of grind.
Tip: Onder een overstek of dakgoot regent het nauwelijks. Een geveltuin op het zuiden is daardoor in de zomer een van de droogste plekken rond het huis. Zet daar planten die tegen droogte kunnen en geef het eerste jaar trouw water.
Planten voor de geveltuin
Kies planten die compact blijven, tegen een stootje kunnen en niet over de stoep gaan hangen. Lagere planten aan de stoepkant, hogere en klimplanten tegen de muur.
| Plant | Soort | Standplaats | Bijzonderheid |
|---|---|---|---|
| Stokroos (Alcea rosea) | Tweejarige/kortlevende vaste plant | Zon | De klassieke geveltuinplant, zaait zichzelf uit |
| Lavendel | Halfheester | Zon | Droogtebestendig, geliefd bij bijen |
| Kattenkruid (Nepeta) | Vaste plant | Zon | Lange bloei, snoeit makkelijk |
| Ooievaarsbek (Geranium) | Vaste plant | Zon tot halfschaduw | Sterk, bodembedekkend |
| Muurfijnstraal (Erigeron karvinskianus) | Vaste plant | Zon | Kleine madeliefjes, groeit ook in voegen |
| Vrouwenmantel (Alchemilla mollis) | Vaste plant | Zon tot schaduw | Vergeeflijk, zaait uit |
| Hemelsleutel (Hylotelephium) | Vaste plant | Zon | Vetplant, bloeit laat voor vlinders |
| Schoenlappersplant (Bergenia) | Vaste plant | Halfschaduw tot schaduw | Wintergroen blad |
| Elfenbloem (Epimedium) | Vaste plant | Schaduw | Kan tegen droge schaduw |
| Varens | Vaste plant | Schaduw | Voor de noordgevel |
Meer keuze voor de noordkant vind je bij vaste planten voor de schaduw. Hoeveel planten je nodig hebt voor je strook, reken je uit met de plantafstand-rekenhulp.
Klimplanten tegen de gevel
Een klimplant maakt van een smalle strook een groene muur. Er zijn twee groepen:
- Zelfhechters klimmen zonder hulp met hechtwortels of hechtschijfjes: klimop (Hedera helix), klimhortensia en wilde wingerd (Parthenocissus tricuspidata).
- Klimmers met steun winden of ranken langs draden of een rek: clematis, wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), toscaanse jasmijn (Trachelospermum jasminoides, beschut op het zuiden) en klimrozen die je zelf opbindt.
Blauwe regen is mooi, maar wordt zwaar en krachtig en drukt goten en regenpijpen weg. Voor een gewone geveltuin is hij meestal te veel van het goede. Meer over klimplanten en steunen lees je in klimplanten voor de schutting en bij clematis.
Schade aan muur en voegen: eerlijk bekeken
De angst voor schade is de belangrijkste reden dat mensen geen klimplant tegen het huis zetten. Die angst is deels terecht.
- Gave muur, goede voegen: zelfhechters doen weinig kwaad. Een groene laag beschermt de gevel zelfs tegen felle zon en slagregen.
- Zachte of kapotte voegen, scheuren: hier kunnen hechtwortels en scheuten in groeien en het probleem erger maken. Laat eerst de voegen herstellen of kies een klimmer aan een rek.
- Kozijnen, dakgoten en dakpannen: elke klimplant die je laat gaan, kruipt achter boeidelen en onder pannen. Snoei hem elk jaar terug tot ruim onder de goot en weg van kozijnen.
- Verwijderen: haal je klimop of wilde wingerd later weg, dan blijven hechtwortels en vlekken op de stenen achter. Dat krijg je er moeilijk af.
- Gestuukte, geverfde of geïsoleerde gevels zijn kwetsbaarder. Gebruik daar een rek of draden op een paar centimeter van de muur.
Twijfel je over de staat van je gevel, kies dan altijd voor een klimplant aan een losstaand rek of draden. Zo houd je de muur bereikbaar voor onderhoud.
Onderhoud door het jaar
- Water: het eerste jaar bij droogte een of twee keer per week flink. Daarna redden de meeste planten zich, behalve onder een overstek.
- Snoeien: houd de stoep vrij. Knip uitgebloeide stengels in het voorjaar terug, klimplanten na de bloei of in de winter, afhankelijk van de soort.
- Onkruid: in een volle beplanting heb je er weinig last van. Tussen de tegels ernaast helpt een voegenkrabber; meer daarover in onkruid tussen tegels.
- Honden: een laag randje of een paar stevige planten aan de stoepkant houdt hondenplas wat weg bij je mooiste planten.
- Bijvullen: in het voorjaar een laagje compost.
Veelgestelde vragen
Heb ik een vergunning nodig voor een geveltuin?
Dat verschilt per gemeente. Vaak mag het zonder vergunning, zolang je je aan de regels houdt voor breedte, vrije doorgang en onderhoud, maar soms is een melding of aanvraag nodig. Kijk op de website van je gemeente voordat je begint.
Krijg ik vochtproblemen door een geveltuin?
Niet als je de grond laag houdt, onder het trasraam en de ventilatieroosters van de kruipruimte, en geen aarde tegen de muur ophoopt. Planten nemen juist vocht op. Heb je al vochtproblemen in de muur, laat die dan eerst bekijken.
Welke klimplant is het best voor een noordgevel?
Klimop en klimhortensia doen het goed in de schaduw en hechten zichzelf. Wilde kamperfoelie verdraagt ook halfschaduw, maar heeft draden of een rek nodig. Op een gave muur zijn zelfhechters prima, op slechte voegen kies je beter voor een rek.
Hoe diep moet de grond van een geveltuin zijn?
Graaf ongeveer 30 tot 40 centimeter diep en vervang het zand door tuinaarde met compost. Daarmee hebben vaste planten en klimplanten genoeg ruimte. Dieper graven is meestal niet nodig en vergroot de kans dat je kabels raakt.


